Het begin van een scriptie

Leestijd: 3 minuten

Normaal gesproken schrijven studenten Geschiedenis in Leiden hun scriptie in ongeveer 5 maanden tijd. Van januari tot en met juli in hun derde jaar. Ik besloot vorig jaar om dat anders te gaan doen. Ik trek een volledig jaar uit om mijn scriptie te schrijven. Zodat er uiteindelijk een stuk ligt waar ik niet alleen trots op ben, maar waar andere geschiedkundigen ook nog iets aan hebben.

Na mijn stage bij de Mr. Hans van Mierlostichting vorig jaar hoefde ik nog maar 2 vakken en mijn scriptie te schrijven. Daarna zou ik m’n bachelor binnen hebben. 25 ECTS (studiepunten), dat kan makkelijk in een halfjaar. Toch besloot ik om het anders te doen en een volledig jaar uit te trekken voor mijn laatste punten. Een geschiedenisscriptie schrijf je aan de hand van primaire bronnen, ofwel bronnen van de eerste hand. Het archief in dus. Vanwege de corona-pandemie gaan zaken ander dan normaal en is toegang tot archieven soms lastig. Menig medestudent heeft er vooral aan het begin van de pandemie veel last van gehad en daardoor zijn of haar scriptie moeten uitstellen óf de gehele zomer moeten doorwerken. 

Voor mijn scriptie ga ik onderzoek doen naar de visserij in Vlaardingen en Scheveningen tijdens en na de Franse Tijd (1795-1813). Ondertussen heb ik daarvoor al een twintigtal boeken uit de Universiteitsbibliotheek geleend (zie foto linksboven) en ben ik een keer naar het Vlaardings archief geweest. Via deze blog hoop ik jullie mee te kunnen nemen in het schrijfproces van mijn scriptie, alsmede het onderzoeksproces. Heb je vragen of suggesties? Laat dan vooral een reactie achter onder dit bericht! 

Maar goed, hoe staat het dan nu met het begin van mijn scriptie? Nadat ik een  scriptiebegeleider gevonden had, werd het echt tijd om te gaan starten met het onderzoek. Daarvoor heb ik alle boeken die ik geleend heb van de UB ingedeeld in vijf categorieën:

  1. Boeken over Vlaardingen
  2. Boeken over Scheveningen
  3. Boeken over visserij
  4. Algemene naslagwerken
  5. Boeken in het archief / primaire bronnen

Nadat ik alle boeken had ingedeeld op basis van categorie, ben ik begonnen met het invoeren in Zotero. Zotero is een handig stukje software dat annoteren een stuk eenvoudiger maakt. Hierna ben ik begonnen met het daadwerkelijke inlezen. Aangezien mijn kennis over visserij in de vroegmoderne tijd niet allesomvattend is, heb ik ervoor gekozen om die categorie als eerste te bekijken. In het boek Zeegang: Zeevarend Nederland in de achttiende eeuw van Jaap de Bruijn vond ik veel informatie over welke soorten visserij er werd bedreven in zowel Vlaardingen als Scheveningen, maar vooral ook waardoor dat kwam. Er waren ook termen die ik niet kende zoals de beug (lange lijnen van soms wel 18 km lang met vishaken eraan) of de vleet (een serie netten van 30 meter lang achter een logger). Deze termen kon ik gelukkig opzoeken in Vissers van de Noordzee van J.P. van der Voort: een geweldig naslagwerk voor de visserijgeschiedenis.

In deze boeken vond ik logischerwijs minder precieze informatie over Vlaardingen en Scheveningen. De volgende stap in mijn zoektocht was dan ook de algemene geschiedenisboeken over beide steden. Voor Vlaardingen bekeek ik o.a. Korte geschiedenis van Vlaardingen door C. Postma en de Vlaardingers en hun Haringvisserij van A.G. Ligthart. Tot mijn verbazing waren de geschiedenisboeken over Scheveningen nog groter dan die van Vlaardingen. De tweedelige serie De Geschiedenis van Scheveningen door J.C. Vermaas zal mij hopelijk een goed beeld geven van de omvangrijke geschiedenis van het dorp.

Zodra ik dit beginnende onderzoek heb afgerond ga ik starten met het schrijven van een onderzoeksopzet, inclusief een schrijfplan. Deze opzet leg ik begin oktober voor aan mijn begeleider, die mij daarna verder op weg kan helpen naar mijn uiteindelijke onderzoeksvraag en eind volgend jaar: mijn scriptie.

De beug. Klik op afbeelding om te vergrootten.

Leave a Reply