Hoe Vlaardingen de toekomst van Holland bepaalde

Leestijd: 3 minuten

Het is 29 juli 1018. Graaf Dirk de Derde kijkt naar de afdruipende troepen van de Duitse keizer, Hendrik II. Door de overwinning kreeg Dirk III een machtsbasis die zou uitgroeien tot het gewest Holland. Hoe heeft onze graaf kunnen winnen van de keizer en hoe beinvloedde hij daarmee (onbewust) de toekomst van Holland?

Allereerst wat achtergrond informatie. De Slag bij Vlaardingen in 1018 vond plaats nadat graaf Dirk III zich niet hield aan de regels die de Duitse keizer had opgelegd. Ja, de Duitse keizer, want wat wij nu kennen als Nederland maakte toen deel uit van het Heilige Roomse Rijk. De keizer legde regels op aan zijn leenmannen: hertogen, graven, baronnen enz. De keizer had voor Vlaardingen bepaald dat Dirk III geen tol mocht heffen op schepen die langs voerden over de Merwede. Wie zich niet hield aan de regels, kreeg uiteraard problemen. In Vlaardingen kwamen de problemen voort vanuit een klacht van de bisschop van Utrecht. Hij vroeg de keizer om hulp omdat Dirk III toch tol hief op de Merwede. Dit eindigde in een slag, die wij nu kennen als de Slag bij Vlaardingen. Meestal won de keizer zulke slagen, maar in Vlaardingen niet…

Het leger van de keizer bestond volgens de bronnen uit 20.000(!) manschappen, maar in het boek De Slag bij Vlaardingen 1018 wordt gesteld dat we beter uit kunnen gaan van ongeveer 1.000 manschappen.[1] Middeleeuwse kroniekschrijvers overdreven namelijk nogal graag. Dirk III zou volgens de bronnen 1.000 manschappen op de been kunnen brengen, maar ook hier is dat aantal wel erg hoog. Waarschijnlijker is ongeveer 500 manschappen, waardoor de graaf nog steeds minder manschappen had dan de Hertog van Lotharingen (die de troepen namens de keizer aanvoerde).

Kaart van de omgeving rond 1018. De troepen van de keizer kwamen vanuit Tiel.

De grote vraag is dan: hoe won Dirk III dan van een groter leger? Het antwoord daarop is niet eenduidig, maar het zit ongeveer zo: toen de Hertog van Lotharingen aankwam bij Vlaardingen met zijn boten was het vloed. De schepen moesten daarom na het ontschepen van de manschappen terug naar het midden van de rivier. Het leger liep richting de burcht van Vlaardingen, maar loopt in een hinderlaag. Hij had soldaten verstopt langs de route die het leger hoogstwaarschijnlijk zou nemen. De voorhoede met daarin de Hertog, vocht terug. De achterhoede daarentegen, raakte in paniek. Tijdens hun vlucht werden zij achtervolgd, maar mochten zij toch de waterkant halen, dan verdronken ze vaak alsnog door hun zware malienkolder.

Dirk III won dus de Slag bij Vlaardingen. Hierdoor kon hij zijn machtspositie in het gewest Frisia (nog geen Holland, die benaming volgde pas rond 1100) uitbreiden. Zijn opvolgers zorgden ervoor dat verschillende steden langs de waterwegen konden groeien. Dat kwam mede doordat zij, net als Dirk III, ongehoorzaam waren tegenover de keizer en de bisschop van Utrecht. Uiteraard zorgde dit voor de nodige conflicten, maar de Duitse keizers zagen het uiteindelijk niet meer zitten om steeds maar af te reizen naar zo’n uithoek van hun rijk. Dit heeft de basis gelegd voor de zelfstandigheid van de Nederlandse gewesten. Later zouden de gewesten door Karel de Grote aan zijn zoon Filips II worden gegeven en we weten allemaal hoe dat uiteindelijk afliep!

Heb je vragen over dit artikel of wil je een opmerking kwijt? Stuur mij een berichtje of laat hieronder een reactie achter! Ben je geinteresseerd in de Vlaardingse geschiedenis, lees dan vooral het boek De Slag bij Vlaardingen 1018 of kom een keer langs in het museum!

[1]: Kees Nieuwenhuijsen, ‘De Slag bij Vlaardingen in 1018’, in: Kees Nieuwenhuijsen (red.), De Slag bij Vlaardingen 1018 (Rotterdam, 2018) 168-171.

Leave a Reply