Een bijzonder bezoek: de Abdij van Egmond

Het is alweer bijna een jaar geleden dat ik een blogpost heb gemaakt. De afgelopen maanden stonden in het teken van schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Deze afgelopen week was daarvan voor mij de culminatie. Het boek is grotendeels herschreven en dat heb ik gedaan in de Abdij van Egmond. Een bijzonder plek, ook voor niet-gelovigen zoals ikzelf. Een mooie, rustgevende plek ook, waar ik in alle rust heb kunnen werken aan het boek over de Geschiedenis van de Scheveningse vrouw.

Allereerst iets over mijn bezoek van afgelopen week. Ongeveer twee maanden geleden werd het duidelijk dat ik flinke stukken van mijn boek zou moeten gaan aanpassen. Dat was opzich geen probleem, alleen ik had geen idee hoe ik dat moest gaan aanpakken. Ineens schoot mij iets te binnen: een retraite. Al een aantal jaren liep ik met het idee rond dat ik een keer een aantal dagen in een klooster wilde doorbrengen. Niet om monnik te worden, nee, daar heb ik een veel te druk en (naar mijn mening) nuttig leven voor. Nee, ik wilde naar een klooster om tot rust te komen en om het leven van de broeders te observeren. Ook om van dit leven te leren. Wat kan ik in mijn dagelijks leven toepassen, wat zij ook toepassen in hun dagelijks leven?

Er zijn nog genoeg kloosters in Nederland waar je als gast kan verblijven. Mijn keuze was eerst gevallen op een Franciscaner-klooster in Megen. Het bleek dat zij helaas in de zomer geen gasten ontvingen, omdat er dan ook veel broeders op ‘verlof’ waren. (Ja! Ook monniken mogen dus op vakantie) Na wat zoeken kwam ik uiteindelijk terecht bij de Abdij van Egmond. Dat was een goede keuze bleek. De broeders zijn zeer verwelkomend en er is veel ruimte om te doen wat je zelf wil. Uiteraard moet je wel rekening houden met het schema van de broeders. Al mag je de Metten om 06.00 ‘s ochtends gerust overslaan.

De dagen zagen er als volgt uit: 06.00 de Metten, het begin van de dag en een van de langste diensten (deze sloeg ik, op de eerste dag na, over). Daarna volgt het ochtendgebed, Lauden, waarna direct aansluitend om 08.00 het ontbijt met de overige gasten begint. Om 09.30 is de Eucharistieviering, gevolgd door het middaggetijden (terts) om 12.30. Na deze kortste dienst van de dag volgt het warme middagmaal, gezamenlijk met de broeders. Tijdens dat middagmaal wordt er voorgelezen door een van de broeders. Eerst uit de Regel van Benedictus, daarna uit een boek. Tijdens mijn verblijf was dat De Rode Paus. Na het middageten volgt een lange periode van vrije tijd, waarin ik veel kon schrijven. Om 17.00 is de avonddienst, Vespers, waarna om 18.00 het avondeten (brood) begint met één van de monniken in de gastenrefter. Ten slotte wordt de dag afgesloten met een korte Completen-dienst. 

De week in de Abdij was voor mij erg productief. Het hele boek is nagenoeg af, op wat kleine stukken tekst na. Maar het bracht me ook iets, waar ik niet per se naar op zoek was. De gesprekken met de andere gasten hebben mij aan het denken gezet. Zij waren allemaal gelovig, sommigen Katholiek, anderen Protestants.  Zij vonden het bijzonder dat ik als niet-gelovige aansloot in het klooster. Gedurende de week ontstond een bijna vast ritueel voor ons vijven. Na de vieringen gingen wij naar de gastenbibliotheek om met elkaar te praten, soms kletsen, soms diepe gesprekken over de zin van het leven. Over de dood, over rouwprocessen, maar ook over de vreugde van het leven. En een overtuiging dat iedereen, diep van binnen, toch religieus is. Of ik het daar mee eens ben weet ik niet, maar ik besefte mij wel dat er ergens een kern van waarheid in zit. Het waren mooie gesprekken en het is een week die ik niet snel zal vergeten. 

Wat neem ik mee uit het klooster? Ik besef met des te meer dat rust en regelmaat belangrijk zijn voor een mens. Je dagen moet je zo inrichten, dat je ook tijd hebt om rustig na te denken. Niet per se over dingen waar je dan direct mee bezig bent. Nee, gewoon je gedachten laten dwalen. Daarnaast was het bezoek een echte stap uit de huidige wereld. Dat deed me goed, na de corona-jaren en de jaren van constant ‘aan’ staan. Het bracht een flink nodig rustmoment, al heb ik zeker niet bijgeslapen tijdens mijn bezoek. Fysiek kom ik misschien meer moe terug dan ik erheen ging, maar psychisch ben ik zeker tot rust gekomen.

Het boek is dus nagenoeg af. Alleen nog een flaptekst, wat kleine teksten door het boek heen, een verantwoording en een dankwoord. Verder is het geheel klaar. De komende weken gaan er nog een aantal mensen naar kijken, zullen er nog kleine aanpassingen zijn, maar uiteindelijk zal het geheel dan in september naar de drukker gaan. Wanneer het dan uitkomt, dat is onbekend. Wereldwijd papiertekort, wachtrijen bij de drukker, enzovoorts. Maar: het einde is in zicht!

Wil je meer weten over MuZee Scheveningen? Bekijk dan vooral hun website, met informatie over het museum: https://www.muzeescheveningen.nl/ 

Leave a Reply